onbekende auteur•8 jaar geleden De rode draad doorheen heel wat voorstellen was de inzet op community building. Het beleid dat wordt uitgewerkt, is bedoeld vóór de Harelbekenaar en zou nog veel meer dóór de Harelbekenaar moeten gedragen worden.De geografisch dichtste link die mensen hebben, is hun woonplaats. Toch stellen we vast dat we onze buren te weinig kennen, dat de sociale cohesie minder evident is dan vroeger. Het bestuur kan dit stimuleren door in te zetten op buurtgerichte ontmoeting, via wijkfeesten en andere ontmoetingsmomenten in buurthuizen. Een buurtwerking kan zich ook richten op specifieke noden, door met behulp van brugfiguren de bewoners te helpen waar nodig. Het idee van straatbuddies wordt naar voor geschoven, waarbij die mensen hun ‘toer’ doen in de straat en een handje toesteken waar nodig, mensen doorverwijzen of bemiddelen in bepaalde situaties. We willen de sociale cohesie van de buurten versterken zodat vereenzaming in de kiem gesmoord wordt. Het versterken van de onderlinge samenwerking en dialoog zou er bijvoorbeeld kunnen toe leiden dat er meer samenwerking is tussen jonge en oudere gezinnen. Waarom zou het niet mogelijk zijn dat kinderen thuis onthaald kunnen worden door oudere gezinnen die thuis zijn en dat de jongere gezinnen een handje toesteken bij de ouderen door boodschappen voor hen mee te brengen. Een andere optie is om de inrichting van speelstraten niet enkel tijdens de zomermaanden te voorzien, maar ook tijdens andere vakanties, weekends en feestdagen.De buurtwerking kan gestimuleerd worden in combinatie met groenvoorzieningen en ontmoetingsruimte. Burgers kunnen zelf instaan voor de aanleg van groen en ontmoetingsruimte in de buurt, met de nodige ondersteuning van de stad of door mee-investeren van de lokale bevolking. Volkstuintjes, zelfplukhoeves, -boomgaarden en –moestuinen gedragen door de burgers zijn hier mooie voorbeelden van. Of de aanleg van geveltuintjes en gevelbanken kan per buurt gefaciliteerd worden. Vaak weten burgers niet zo goed hoe ze aan zoiets kunnen beginnen, maar lukt het met de nodige ondersteuning van de buren beter. Een lokaal bestuur kan hier initiatief in nemen, maar kan niet de enige zijn die hierin de lead nemen. Uiteindelijk moet de buurt terug in handen gegeven worden van de inwoners zelf. Het buurtgericht denken, moet finaal leiden tot participatie en cocreatie van beleid op buurtniveau. Beleidsvoorstellen van onderuit worden gestimuleerd en vinden makkelijker aansluiting bij het reguliere top down beleid.De beleving van de stad zal ook van doorslaggevend belang zijn om van het nieuwe centrum, dé markt, van Harelbeke een geslaagde realisatie te maken. Een bruisend centrum is onlosmakelijk verbonden met gezellige drukte op elk moment van de dag. Vandaar het belang dat kwalitatieve detailhandel zijn onderkomen vindt in de nieuwe panden op de markt, dat de donderdagmarkt opnieuw naar het centrum kan verhuizen, dat er een fris en goed gelegen horeca-aanbod aanwezig is, dat kinderen in alle veiligheid kunnen spelen, onder het goedkeurend oog van de oudere bewoners in en rond de markt.Aansluitend op deze denkpiste wordt nagedacht over één subsidiesysteem voor evenementen en projecten. Op vandaag kun je voor evenementen en projecten subsidies aanvragen bij de verschillende domeinen. (jeugd, cultuur, huis van het kind, subsidies specifiek voor evenementen... ). Het zou fijn én duidelijk zijn voor de burger om te evolueren naar één kader waarbinnen je voor elk project of evenement een subsidie kan krijgen die correct is voor de inspanning die je ervoor moet doen. Op die manier kan je onafhankelijk of het project of evenement vanuit jeugdhoek, sporthoek, cultuurhoek, welzijnshoek... wordt georganiseerd, je een éénduidige subsidie en ondersteuning krijgt vanuit de stad.